Bubble Trap
Zelfs na het ontgassen van solventen kunnen opgeloste gassen later vrijkomen als kleine luchtbellen, met name bij druk- of temperatuurverschillen in het systeem. Deze bellen kunnen pompwerking verstoren, detectorbaselines destabiliseren en meetfouten veroorzaken.
De Omnifit Bubble Trap wordt in-line geplaatst, tussen het solventreservoir en de pomp. Wanneer vloeistof met bellen door de trap stroomt, wordt de waterige vloeistof vastgehouden terwijl de bellen worden gedwongen door een microporeus, hydrofobe PTFE-membraan aan de atmosferische kant van het apparaat te ontsnappen. Het membraan werkt op basis van hydrofobiciteit en is daardoor uitsluitend geschikt voor waterige systemen, niet voor gebruik met organische oplosmiddelen.
De High Flow Bubble Trap beschikt daarnaast over een vacuümaansluiting. Door het aanleggen van vacuüm aan de droge kant van het membraan wordt het drukverschil vergroot, waardoor bellen sneller worden verwijderd en hogere doorstroomsnelheden mogelijk zijn, tot 60 ml/min bij gebruik met vacuüm, versus maximaal 6 ml/min zonder.