De vijf keuze-criteria
Voordat je een pomptype kiest, moet je vijf vragen beantwoorden. De antwoorden bepalen samen welk principe het best bij jouw toepassing past.
Welk volume moet je transporteren of dispenseren?
Gaat het om nanoliters voor celkweek, microliters voor diagnostiek, of milliliters voor continue processtromen? Elk pomptype heeft een optimaal werkbereik.
Welke nauwkeurigheid en herhaalbaarheid heb je nodig?
Voor kwantitatieve analyse is een CV (coëfficiënt van variatie) van minder dan 0,5% nodig. Voor eenvoudige vloeistoftransport is 5% ruim voldoende. Weet wat je processpecificatie vereist.
Wat zijn de eigenschappen van het medium?
Agressieve chemicaliën, biologische monsters, slijmerige buffers, oplossingen met zoutgehalte, deeltjes in suspensie: de materiaalkeuze van de pomp hangt volledig af van wat erdoorheen gaat.
Moet het medium in contact komen met de pomp?
Bij steriele toepassingen of hoogzuivere reagentia is contact met mechanische componenten ongewenst. Een peristaltische pomp of een diafragmamicropomp biedt een volledig geïsoleerd vloeistofpad.
Continu of discontinu?
Continue stroming, pulserende dispensering of precieze discrete volumedosering stellen elk andere eisen aan het pompprincipe.