Een verkeerd gedimensioneerde klep werkt niet of onbetrouwbaar. Een te kleine klep remt de flow en vertraagt je systeem. Een te grote klep is verspilling en kan bij regeltoepassingen onstabiel gedrag veroorzaken. Bovendien bepaalt het type klep of het systeem überhaupt werkt bij jouw druk, medium en omgeving.
Het goede nieuws: de keuze valt uiteen in vijf concrete stappen. Je hoeft geen klepspecialist te zijn om ze te doorlopen.
Stap 1. Wat ga je regelen? Medium en werkdruk
Voordat je ook maar één ander criterium bekijkt, moet de klep compatibel zijn met het medium dat erdoorheen stroomt en de druk waarop het systeem werkt. Een verkeerde materiaalkeuze leidt tot lekkage, corrosie, zwelling van afdichtingen of erger.
Stel jezelf deze vragen
Welk medium stroomt door de klep? Perslucht is de meest gebruikte toepassing voor pneumatische kleppen en stelt de minste eisen aan materiaal. Water, hydraulische olie, brandstof, agressieve chemicaliën of hoge-zuiverheidsgassen vragen elk om specifieke materiaalcompatibiliteit van de klepafsluiting, de O-ringen en het klephuis.
Wat is de ingangsdruk en de minimale druk? Dit bepaalt niet alleen welke materialen nodig zijn, maar ook welk type klep werkt. Een pilootgestuurde klep heeft altijd een minimale druk nodig om te openen. Een direct acting klep werkt van vacuüm tot de maximale werkdruk. Als je systeem drookloos kan worden of met wisselende drukken werkt, is direct acting de enige betrouwbare keuze.
Wat is de temperatuur van het medium en de omgeving? Elastomeer-afdichtingen als NBR zijn geschikt tot circa 80 graden. Voor hogere temperaturen of agressieve media zijn EPDM, FKM (Viton) of PTFE-afdichtingen nodig. Controleer altijd de maximale medium- en omgevingstemperatuur in de klepspecificaties.